Pedagogisch beleidsplan Gastoudercentrum Nederland

 

Inleiding

Met de Wet Kinderopvang die per januari 2005 is ingegaan, worden er diverse kwaliteitseisen gesteld aan de Gastouderopvang. Een van de kwaliteitseisen is dat ieder gastouderbureau een pedagogisch beleidsplan heeft, waar ouders/verzorgers en gastouders op terug kunnen vallen als het gaat om de uitgangspunten en de werkwijze die worden gehanteerd bij de omgang met kinderen en bij de opvoeding.

Gastoudercentrum Nederland vindt een pedagogisch beleidsplan onontbeerlijk om de kwaliteit op een hoog peil te houden, te kunnen controleren en zo nodig bij te stellen.

De lat wordt hoog gelegd tenslotte gaat het erom dat het kind zich vertrouwd, veilig moet voelen daarnaast moet kunnen opgroeien in een plezierige omgeving.

 

Pedagogische visie

Gastoudercentrum Nederland gaat ervan uit dat een kind zich ontwikkelt vanuit een wisselwerking tussen aangeboren aanleg en invloed vanuit de omgeving.

De omgeving van het kind bestaat onder meer uit het gezin, school en vriendjes.

Gastouders leveren een grote en belangrijke bijdrage aan deze ontwikkeling, afhankelijk van de tijd die het kind in het gastoudergezin doorbrengt.

Een gastoudergezin biedt een omgeving waarin een kind zich veilig en geborgen voelt. Dit is de basis voor een goede ontwikkeling van een kind. Aandacht en respect voor de eigenheid van het kind is vanzelfsprekend.

Het gastoudercentrum heeft als doel om binnen gastoudergezinnen een omgeving te bieden, waarin kinderen zich kunnen ontwikkelen tot evenwichtige, zelfstandige personen met respect voor anderen en zichzelf.

Gastoudercentrum Nederland draagt deze visie uit naar vraagouders/ verzorgers en gastouders.

 

Gastoudercentrum Nederland zorgt ervoor dat de opvangomgeving waarin het kind geplaatst wordt veilig en hygiënisch is, dit dmv de jaarlijkse risico-inventarisatie veiligheid en gezondheid. De inventarisatiedatum wordt van tevoren aangekondigd. Gastoudercentrum Nederland vindt het in het belang van het kind dat tijdens de inventarisatie gastouder en een van de ouder van het kind aanwezig is. Nadat de inventarisatie is uitgevoerd wordt samen met de ouder en gastouder de uitgangspunten van ons pedagogisch beleidsplan besproken en de competenties van de gastouder, later in het jaar wordt de gastouder getoetst op de competenties die zijn vastgelegd in ons pedagogisch beleidsplan. De toetsing van de gastouder op de vastgestelde competenties gebeurt dmv een gesprek waarbij vragen worden gesteld waarop de gastouder voorbeelden geeft: ” Bijvoorbeeld je verbiedt iets en het kind begint te huilen”.

 

Het pedagogische beleidsplan staat op onze website en is op aanvraag schriftelijk te verkrijgen.

 

Pedagogische uitgangspunten

Een veilige en vertrouwde opvangomgeving

Een kind moet zich thuis kunnen voelen binnen het gastgezin. Voordat de opvang daadwerkelijk start is het van groot belang dat er aandacht wordt besteed aan de kennismaking. Bij voorkeur wordt de mogelijkheid geboden om vooraf te wennen aan het gastoudergezin. Dit geeft het kind de mogelijkheid het gastoudergezin, de opvangomgeving en de eventuele ander gezinsleden in eigen tempo te leren kennen. Ook heeft het gastoudergezin de kans om het gastkind beter te leren kennen en in te kunnen spelen op de behoefte van het kind. Het kind moet zich tijdens de opvang vrij genoeg voelen zijn/haar emoties te tonen aan de gastouder en die ook te delen met de gastouder. Ook is het dermate belangrijk dat de gastouder een sfeer van veiligheid en geborgenheid schept d.m.v. een warme sfeer in huis te creëren, een knuffel, een knipoog, een aai, op schoot nemen etc.

Alleen in een veilige, warme sfeer & vertrouwde omgeving kunnen kind en gastouder een goede relatie opbouwen die de ontwikkeling van het kind stimuleert.

 

Respect en waardering

Een gastkind moet met respect benaderd en behandeld worden en aan de eigenheid en aard van het kind mag geen afbreuk worden gedaan. Er zijn veel individuele verschillen tussen kinderen. Afhankelijk van aanleg, thuismilieu, leeftijds- en ontwikkelingsfase heeft elk kind zijn mogelijkheden. Waardering en respect te tonen voor de emoties, lichamelijke en geestelijke mogelijkheden ontwikkelt een kind zijn/haar eigenwaarde. Een gastouder houdt dan ook rekening met de ontwikkeling en tempo van het kind.

 

Stimuleren van de ontwikkelingsgebieden

De ontwikkelingsgebieden worden onderverdeeld in: lichamelijke, sociaal-emotionele, verstandelijke en creatieve ontwikkelingen.

Ieder kind ontwikkelt zich in een eigen tempo en zal zich op het ene gebied wat sneller en beter ontwikkelen dan op een ander gebied. Dat maakt ieder kind ook uniek en bijzonder. De gastouder begeleidt, volgt en stimuleert het gastkind in zijn ontwikkeling en houdt de ouders/verzorgers op de hoogte van deze ontwikkelingen. Indien nodig of wenselijk kan in overleg met de ouders/verzorgers aan sommige gebieden meer of minder aandacht aan uitbesteedt worden.

 

Lichamelijke ontwikkeling

Het is voor een kind belangrijk dat het gestimuleerd wordt in de lichamelijke ontwikkeling passend bij het eigen tempo. Elk kind moet de mogelijkheid krijgen om te kunnen kruipen, klimmen, lopen, rennen enz.

Verder moet een kind leren dat het zijn lichaam kan beheersen en kan sturen, bijvoorbeeld; blokjes stapelen of een beker vasthouden. Een goede lichamelijke ontwikkeling stelt een kind in staat om de wereld te ontdekken.

Een kind dat weet hoe het de lichamelijke mogelijkheden kan benutten en weet om te gaan met eventuele beperkingen. Op deze manier wordt de zelfredzaamheid vergroot waardoor het een positief effect heeft op het zelfvertrouwen van een kind.

Een ruimte en speelgoed/materialen die aanzetten tot beweging en waarin het daarnaast mogelijk is geconcentreerd bezig te zijn is van belang voor de ontwikkeling van de motoriek.


Houding van de gastouder:

 

Emotionele ontwikkeling

Emoties zoals verdriet, pijn, boosheid etc, zijn een vanzelfsprekendheid voor ieder individu.

Voor een kind is dit echter nog niet of niet in voldoende mate het geval en moet het emoties leren kennen. Dit betekent het herkennen van de diverse emoties, zich bewust worden van de eigen emoties en de emoties van anderen waarbij het belangrijk is hiermee om te gaan. De emoties van een kind moeten

 

Wij maken ook een onderverdeling in leeftijd te weten: de ontwikkeling van 0 tot 4 jaar en de ontwikkeling van 4 tot 13 jaar.

 

De ontwikkeling van 0 tot 4 jaar

De lichamelijke ontwikkeling

De lichamelijke ontwikkeling begint al op een heel jonge leeftijd. Baby's leren al snel om naar iets te grijpen, ze leren rollen en kruipen en als ze wat ouder worden leren ze lopen. Zo maken ze een hele ontwikkeling door. Tijdens deze fase is het een taak van de gastouder om deze ontwikkelingen te stimuleren. De tastzin voor jonge baby’s is het belangrijkste zintuig deze kunnen we stimuleren door: oppakken, knuffelen, op schoot zitten etc. De wereld wordt door baby’s via de zintuigen ontdekt, de gastouder kan dit stimuleren door het aanbieden van verschillenden materialen speelgoed in een gevarieerde omgeving, waarbij het speelgoed uitnodigend wordt neergelegd of opgehangen in de box.

Om zich lichamelijk te ontwikkelen hebben kinderen ruimte nodig. De ruimte waarin de kinderen worden opgevangen dient dan ook zo te zijn ingericht dat het de kinderen uitnodigt om te gaan spelen. Baby's kunnen spelen in de box of op een rustig plekje op de grond of op schoot. De wat oudere kinderen( peuters) spelen graag op de grond. Zij willen de omgeving ontdekken door te kruipen of te lopen.

In de peuterleeftijd wordt de ontwikkeling van de fijne motoriek belangrijker. Zij kunnen spelen met bouwstenen, puzzelen, knutselen enz.

De peuterleeftijd leent zich ook al heel goed om gerichte activiteiten aan te bieden zoals klimmen, dansen, tekenen etc. De gastouder geeft het kind aanwijzingen zodat het zelf leert om te vertrouwen op zijn eigen vaardigheden. De gastouder moedigt het kind aan stimuleert het kind. Ook het buitenspelen is juist voor de peuterleeftijd heel belangrijk. Peuters hebben veel energie. Buiten kunnen ze die energie uiten, ze kunnen er lekker rennen, fietsen en ravotten.

 

De sociaal-emotionele ontwikkeling

Bij de sociaal-emotionele ontwikkeling speelt de benadering van de gastouder een belangrijke rol. Zij zorgt ervoor dat een kind zich veilig voelt, wat de basis vormt voor een goede persoonlijkheidsontwikkeling. Wij vinden het belangrijk dat een kind voldoende aandacht en warmte krijgt. De gastouder kan zeer individueel contact bieden aan de kinderen.

Op jonge leeftijd is dat vaak tijdens de verzorging. Lichamelijk contact is daarbij belangrijk.

Als een kind verschoont wordt, dan wordt er tegen het kind gepraat op een zachte en rustgevende manier. De gastouder probeert de emoties van het kind te verwoorden en toont begrip. Ook wordt het kind beloond wat het gevoel van eigenwaarde vergroot.

Binnen gastouderopvang worden kinderen gestimuleerd om elkaar te respecteren en rekening te houden met elkaar. Het opzettelijk elkaar bezeren wordt door de gastouder niet getolereerd. Baby’s zijn nog niet in staat met anderen rekening te houden, dat komt pas rond de twintig maanden. Een baby zal dan ook nooit expres een ander kind pijn doen of expres negatief gedrag tegenover een volwassene vertonen. Een baby is zich nog niet bewust van bijvoorbeeld een ander pijn doen. De sociale rijping is zelfs rond de twee en drie jaar nog gering. Wanneer de ene peuter de andere peuter pijn  doet, wordt daar serieus aandacht aan besteed. Ze leren elkaar te aaien, een kusje te geven en, als ze iets groter zijn, sorry te zeggen.

 

De verstandelijke ontwikkeling/ creatieve ontwikkeling

Creatief spel en speelgoed hebben een eigen functie. Het voornaamste doel is dat het kind lekker bezig kan zijn met verschillende materialen. De gastouder laat het kind ontdekken wat je daarmee kunt doen. Zo ontdekt het kind de verschillende eigenschappen en functies van materialen. Het eindresultaat doet er niet toe; alles wat het kind maakt is mooi. Creatief spel stimuleert de fantasie en vormt een manier om emoties en gevoelens te uiten. Het gaat bij de activiteiten niet om het eindresultaat maar om het ontdekken.

 

De ontwikkeling van 4 tot 13 jaar

In de leeftijd van 4 tot 13 jaar maken kinderen een veel minder snelle en zichtbare ontwikkeling door. Toch gaan ook in die leeftijd de ontwikkelingen gewoon verder. Als de kinderen 4 jaar zijn gaan ze naar school. Op school leren de kinderen veel. Daar worden de ontwikkelingen bewust gestimuleerd. Thuis of bij het gastgezin moet een kind zich juist kunnen ontspannen. Wij vinden het daarom belangrijk dat er een huiselijke sfeer is. Na schooltijd moet een kind zich kunnen ontspannen.. Na schooltijd moet een kind zijn verhaal kwijt kunnen. De nadruk wordt gelegd op plezier hebben. Ook vriendjes en vriendinnetjes zijn na overleg van harte welkom. De gastouder houdt het welzijn van het kind in de gaten en begeleidt het kind waar nodig.

Hebben de kinderen onderling onenigheid dan bekijkt de gastouder of ze het zelf kunnen oplossen of ze grijpt in en laat de kinderen het weer bijleggen. De gastouder kent de kinderen en weet hoe ze de kinderen moet bijsturen of in moet grijpen.

 

De kinderen worden positief benaderd

De gastouder is zich bewust van de eigen houding; praat niet met stemverheffing, corrigeert niet op afstand en zegt niet voortdurend ‘nee dat mag niet”. De gastouder maakt oogcontact met het kind en praat op kindhoogte. Bij het corrigeren wordt aangegeven ‘nee dit mag niet, maar dit mag wel.

 

Naarmate de leeftijd vordert wordt de verbale communicatie steeds belangrijker. Ieder kind verdient respect, niet alleen van de gastouder, maar ook van andere kinderen. Het groepsproces ( broertjes, zusjes en andere kinderen die komen spelen) wordt door de gastouder goed in de gaten gehouden. Materialen en activiteiten zijn afgestemd op de leeftijd en behoeften van de kinderen, De gastouder is in staat in te springen op die behoeftes en hun creativiteit daarbij te gebruiken. Het kind gaat met plezier naar het gastgezin en/of is blij de gastouder weer te zien.

 

 Samengevat in gedrag van de gastouders:

De taalontwikkeling

Een groot deel van leren en ontwikkelen is afhankelijk van de taal. De taal vormt in feite de basis. Het verwerven van woorden biedt kinderen de mogelijkheid tot begripsvorming. De taalontwikkeling wordt sterk beïnvloed door de omgeving en is essentieel voor processen als denken, redeneren en zich iets herinneren.

Door middel van taal ondersteunt en ordent een kind zijn spel. De taal ontwikkeling begint bij de baby’s. Er wordt met de kinderen gepraat en gezongen, de dagelijkse dingen worden benoemd. Baby’s reageren op het praten van de gastouder door zelf ook geluidjes te maken. Het kind leert woordjes, het gaat begrijpen wat anderen zeggen en bedoelen.

In een voortdurende wisselwerking met de omgeving leer het kind de taal. De gastouder en het kin praten veel, er wordt voorgelezen en het kind wordt gestimuleerd dingen te vertellen. Het bewuste gebruik van muziek kan de taalontwikkeling stimuleren. Alle vromen van spellen met taal zijn van groot belang voor het vormen van de woordenschat. Een gastouder let op haar eigen taalgebruik, probeert correct en begrijpelijk te spreken in het Nederlands.

 

Goede communicatie tussen gastouder en het kind.

Grenzen stellen

Wanneer het kind ongewenst gedrag vertoont, is het belangrijk dat je hier wat van zegt. Er zijn diverse manieren om grenzen te stellen. Verschillende manieren die toepasbaar zijn in

Verschillende situaties. Situaties waarin grenzen gesteld moeten worden kunnen uiteenlopend van aard zijn.

 

Nee zeggen en verbieden

Een van de manieren waarop gastouders het kind duidelijk kunnen maken dat ze het gedrag

afkeuren, is door ‘nee’ te zeggen en door het te verbieden. Dit wil zeggen: duidelijk ‘nee’ zeggen en dat ook volhouden. Dit is wel moeilijk. De manier waarop er iets verboden of afgekeurd wordt, is dan ook heel belangrijk. Als er enige twijfel of onzekerheid in de boodschap zit, is de overtuiging van de boodschap meestal al weg.

 

Negeren

Negeren is een tweede effectieve manier om te reageren op ongewenst of onacceptabel gedrag. Negeren kan gehanteerd worden bij irritant of lastig gedrag dat bedoeld is om de aandacht van jou te trekken. Dan is de methode ‘nee’ zeggen en verbieden hierbij geen gepaste reactie. Hierdoor krijgt het kind namelijk toch de aandacht die hij/zij wil.

‘Negeren is een compleet niet-reageren’, zoals: geen afwerend handgebaar maken, niet boos kijken, niet geïrriteerd zuchten enz. Dit kun je proberen door bijvoorbeeld de andere kant op te kijken, ongezien tot tien tellen, door te gaan waar je mee bezig bent of bijvoorbeeld de kamer uit te lopen. Een kind dat geen reactie krijgt, houdt vanzelf op met het vervelende gedrag. Wel moet je er op bedacht zijn dat het gedrag van het kind eerst erger wordt. Dit vraagt dan ook om een dubbele zelfbeheersing. Niet reageren heeft alleen zin als je die reactie ook kunt volhouden. Negeren is niet hetzelfde als het kind doodzwijgen. Het negeren moet zo lang duren als het ongewenste gedrag zich voordoet. Gevaarlijk gedrag is daarbij een uitzondering.

 

Belonen

Grenzen stellen is natuurlijk niet het enige dat telt in de opvoeding van het kind. Minstens zo belangrijk is het om het kind aan te moedigen de wereld te verkennen en de eigen mogelijkheden te ontdekken. Wat veel ouders alsook ouders zich niet realiseren is dat je het kind zo ook grenzen aanleert: door ze te vertellen wat ze goed doen, maak je ze op een heel eenvoudige, aangename en effectieve manier duidelijk wat wel en wat niet gewaardeerd wordt. Het belonen van gewenst gedrag heeft in de praktijk veel meer effect dan het straffen van ongewenst gedrag. Belonen is een vorm van positieve aandacht die kinderen aanmoedigt. Beloningen moeten, net als straf, wel in verhouding staan tot het gedrag dat het kind heeft laten zien. Voorbeelden zijn:

Een aandachtspunt hierbij is dat (evenals bij het teveel straffen) teveel en uitbundig belonen

negatief kan werken. Sommige kinderen kunnen er afhankelijk van worden en doen niets meer als er niet op een of andere manier een beloning tegenover staat.

 

Straffen

Om goed op het gedrag van het kind te reageren, is het belangrijk om, voordat straf wordt gegeven,daar eerst bij stil te staan. Vaak blijkt dan dat straf niet nodig is. Door eisen te stellen die zijn aangepast aan de leeftijd van je kind of iets aan de oorzaken of de situatie te doen, kan straf dikwijls voorkomen worden.

Over straf wordt verschillend gedacht. De een vindt een waarschuwing al een vorm van straf, de ander vindt dat gewoon. De ene ouder vindt dat je niet mag slaan, de ander vindt dat een tik soms nodig is.

Wil straf effect hebben dan zijn de volgende voorwaarden belangrijk:

1. Uitleggen waarom

Wanneer het kind straf krijgt, moet het ook weten waarom, anders leert hij/zij er niets van. Daarom is het belangrijk om bij het geven van straf altijd precies te zeggen welk gedrag je vervelend vindt, waar het kind mee moet ophouden of waarom je boos bent. Het geven van uitleg zal het effect van een straf vergroten. Bijvoorbeeld: “Je mag niet in de kamer met de bal spelen, want dan gaan dingen misschien stuk. Neem je bal maar mee naar buiten, daar kan het wel.”

2. Wacht niet te lang

Wanneer het kind 'verkeerd' gedrag vertoont, is het belangrijk om daar zo snel mogelijk op te reageren. Als er veel tijd tussen zit, is voor je kind niet meer duidelijk waarom hij straf heeft gekregen.

Dus niet pas ’s avonds het kind straffen door bijvoorbeeld 'geen Sesamstraat' als het kind ’s ochtends al iets stouts heeft gedaan.

3. Probeer consequent te zijn

Vandaag iets verbieden en het morgen weer goed vinden, maakt dat het kind niet meer weet waar het aan toe is en lastig wordt. Een kind dat na lang zeuren toch zijn zin krijgt, leert dat de aanhouder wint. Steeds ‘dreigen’ met straf die toch niet wordt uitgevoerd, maakt een kind ongevoelig voor ‘dreigementen’.

4. Gedrag afwijzen,niet het kind

Het is belangrijk om bij straffen het gedrag af te wijzen en niet het kind. Zeg bijvoorbeeld "Ik wil

niet dat je op de bank springt”, in plaats van "Wat ben je toch een vervelende kindr".

5. Aan straf komt een eind

Een opmerking, knipoog of knuffel is dikwijls al voldoende om het kind te laten merken dat de straf over is en het kind nog steeds even lief is.


Er zijn verschillende soorten straf:

Alle soorten lichamelijke straffen zijn verboden en een reden om een gastouder uit te schrijven.

Lichamelijke straffen:

 

Veilige, hygiënische en gezonde opvangomgeving

Om ongelukken, ziektes en infecties zoveel mogelijk te voorkomen, heeft het gastkind recht op een veilige en schone opvangomgeving. Daarnaast heeft het gastkind recht op voldoende en verantwoorde voeding, rust, lichamelijke verschoning, bewegen en frisse lucht. Uiteraard zal bij een baby de persoonlijke verzorging en voeding meer aandacht nodig hebben dan bij een schoolgaand kind. Afstemming van de voeding en verzorging vindt altijd in samenspraak tussen ouders/verzorgers en de gastouder plaats. Een gastouder heeft een voorbeeld functie. Het gedrag bepaalt mede hoe een gastkind met zaken omgaat, denk hier bijvoorbeeld aan handen wassen na het toilet gebruik.

Gastoudercentrum Nederland voert jaarlijks een risico-inventarisatie veiligheid en gezondheid uit bij alle geregistreerde gastouders.

 

Normen en Waarden

Normen en waarden spelen een belangrijke rol bij de opvoeding. Maar wat door iemand belangrijk wordt gevonden, verschilt van mens tot mens. Belangrijke normen en waarden van de ouders/verzorgers en het gastoudergezin moeten op elkaar afgestemd zijn. Bijvoorbeeld op gebeid van taalgebruik, omgaan met anderen, godsdienst, respect voor elkaar en elkaars spullen, omgaan met vriendschappen en conflicten en verantwoordelijkheid nemen. Het is belangrijk dat ouders en gastouders de eigen opvattingen met elkaar delen en samen bespreken hoe daarmee zal worden omgegaan.

 

Aantal kinderen

De gastouder mag maximaal 4 kinderen tegelijk opvangen ( exclusief eigen kinderen),waarvan maximaal 4 kinderen onder de 4 jaar ( inclusief eigen kinderen).

Dit geldt voor alle op te vangen kinderen ook als deze niet door GOCN bemiddeld zijn.

Selectie gastouder
Gastouders vinden het leuk om regelmatig voor een langere periode een of meer kinderen op te vangen bij het kind thuis of in eigen huis. Zij hebben ervaring in het omgaan met kinderen, opgedaan door studie of door het opvoeden en verzorgen van eigen kind. Gastouders worden na een zorgvuldige inschrijfprocedure opgenomen in het bestand van Gastoudercentrum Nederland.

De competenties/ criteria van de gastouders:


De gastouder benadert het kind met respect en aandacht. Binnen de opvoeding zijn dit belangrijke normen en waarden. De gastouder begeleidt en stimuleert de ontwikkeling van het kind met positieve aandacht en geduld. De gastouder stimuleert hen in hun spel en geeft positieve aandacht om enthousiasme en nieuwsgierigheid te voeden. Ze leeft zich in en probeert de gevoelens van kinderen te begrijpen. Het gaat eerder om uitdagen, ontdekken en belonen dan om verbieden en straffen.

Afstemming van de voeding, verzorging en begeleiding vindt altijd in overleg tussen de ouders en gastouders plaats.

De opvangomgeving

Bij de selectie van een gastouder wordt gekeken of het huis en de omgeving kindvriendelijk en veilig zijn ingericht. Om ongelukken en ziektes zoveel mogelijk te voorkomen zijn een veilige en schone omgeving van groot belang. Gastoudercentrum Nederland zorgt jaarlijks voor deze risico-inventarisatie.


De tuin maakt tevens onderdeel uit van de opvangomgeving. Er moet zowel binnen als buiten voldoende ruimte zijn voor het gastkind, de eventuele andere gastkinderen en eigen kinderen van de gastouder, om te spelen, lopen en slapen. Wanneer er geen tuin aanwezig is, zal de gastouder alternatieven moeten aanbieden, zoals regelmatig naar buiten gaan, speeltuinbezoek of naar de kinderboerderij gaan. Kinderen ontwikkelen zich door op te groeien in een goede omgeving door gezonde voeding, beweging en spel. Daarnaast moet er ook een plek zijn voor het gastkind om zich terug te trekken om bijvoorbeeld te tekenen, te lezen etc. Een apart speelhoekje kan hiervoor geschikt zijn. Voor jonge kinderen is het belangrijk dat er een veilige plek is waar ze rustig kunnen liggen, rollen, zitten of spelen. Bovendien zal er een veilige en rustige slaapplek moeten zijn, waar het gastkind kan slapen of uitrusten. De gastouder is er verantwoordelijk voor dat er een veilige, schone en gezonde opvangomgeving is. Gastoudercentrum Nederland controleert jaarlijks de opvangomgeving.


Samenwerking vraag- en gastouders

In de relatie tussen gastouders en kind is de inbreng van de eigen ouders van grote betekenis. Een prettige relatie tussen vraag- en gastouder die gebaseerd is op vertrouwen, heeft een positieve invloed op het kind.

Afstemming: Een goede voorbereiding van het kind op de nieuwe situatie in het gastoudergezin bepaalt voor een groot deel of de opvang een succes wordt. Afstemming tussen ouders en gastouders is belangrijk om de opvoedingsmilieus van het eigen en het gastoudergezin dichtbij elkaar brengen. Hoewel de ouder en de gastouder de verantwoordelijkheid voor de opvoeding van het kind delen, blijven de eigen ouders altijd eindverantwoordelijke.


Wederzijds respect en privacy:
Respect voor elkaars mening, cultuur, religie en opvatting vormt de basis voor een goede samenwerking. Vraag- en gastouders zullen moeten geven en nemen, maar beiden moeten zich in de gezamenlijke aanpak kunnen blijven vinden. Vraag- en gastouders zien en horen veel van elkaar, een zorgvuldige omgang met privacygevoelige informatie is hierbij onontbeerlijk.


Informatie en afspraken:
Goede afspraken zijn nodig om duidelijk te maken wat vraag- en gastouders van elkaar kunnen verwachten. Het reglement van gastoudercentrum Nederland kan hierbij als leidraad dienen. Daarnaast is het van belang dat ouders en gastouders op een open en eerlijke manier informatie uitwisselen en eventuele problemen bespreken.

Vraagouders hebben recht op volledige informatie over de wijze waarop de gastouders met hun kind omgaan. Het is essentieel dat zij weten hoe het kind zich voelt en waarmee het kind zich in het gastgezin bezighoudt.

 

De rol van Gastoudercentrum Nederland

De wet bepaalt dat gastouderopvang moet bijdragen aan een goede en gezonde ontwikkeling van het kind en een veilige en gezonde omgeving. Gastoudercentrum Nederland controleert of de opvang bij de gastouders met wie wij samenwerken, aan deze eisen voldoet. Daarbij hanteren houden wij ons aan de risico-inventarisatielijst en de wettelijke regels die de basis vormen voor de gastouderopvang

Gastoudercentrum Nederland heeft een adviserende, bemiddelende en ondersteunende rol bij het tot stand brengen en onderhouden van een goede samenwerking tussen vraag- en gastouders. De consulenten begeleiden tijdens het opvangtraject en hebben regelmatig contact met de vraag- en gastouders. Het zorgdragen voor een goede communicatie tussen alle partijen beschouwen wij als essentieel onderdeel van onze dienstverlening.


Recht op informatie

Gastoudercentrum Nederland informeert de vraag- en gastouders over het te voeren beleid, de procedure en de werkwijze van gastoudercentrum Nederland. Tevens worden ouders op de hoogte gebracht van hun rechten en plichten in de gastouderopvang en van bijzondere regelingen, zoals de klachtenprocedure en de belastingvoorschriften betreffende kinderopvang, oudercommissie.


Recht op advies

Ouders kunnen advies vragen over de pedagogische aanpak van hun kind. Deze adviserende rol wordt vervuld door de consulenten die eventueel kan doorverwijzen naar de daarvoor geëigende instanties.


Recht op klachtenbehandeling

Gastoudercentrum Nederland heeft een klachtenregeling die geldt voor alle aspecten van de organisatie en dienstverlening. Ouders kunnen bij klachten over de opvang contact opnemen met een van onze consulenten. Mocht men niet tevreden zijn met de aangeboden dienstverlening/ service dan kan men zich wenden aan een onafhankelijke klachtencommissie, GOCN ia aangesloten bij stichting klachtencommissie kinderopvang.

 

Recht op inspraak

Wanneer ouders het wensen, kunnen zij zittingen nemen in onze oudercommissie. De oudercommissie heeft onder meer adviesrecht over het kwaliteitsbeleid, het pedagogische beleidsplan, de deskundigheidbevordering van gastouders en de risico-inventarisatie veiligheid en gezondheid.


Recht op privacy

Persoonlijke gegevens van ouders en gastouders worden vertrouwelijk behandeld.

 

BIJLAGE:

 

Diploma’s gastouderopvang

Op basis van overleg met de branchepartijen in de kinderopvang is het aantal diploma’s

waarmee aan de deskundigheidseis voor gastouders wordt voldaan eind november 2009

uitgebreid. Op de lijst staan nu alle mbo- en hbo diploma’s die gelden voor pedagogisch

medewerkers in een kindercentrum, met uitzondering van de Brancheopleiding Ervaren

Peuterspeelzaalleidster. Daarnaast gelden 4 diploma’s op mbo-2-niveau.
 

Diploma’s op mbo-2 niveau:

a. Helpende Zorg en Welzijn 2

b. Helpende welzijn 2

c. Helpende breed 2

d. Helpende sociaal agogisch werk 2
 

Diploma’s op mbo-3 of -4 niveau (ook MDGO / MHNO / MSPO / Leerlingwezen):

a. Sociaal Pedagogisch Werker 3 (SPW-3)

b. Sociaal Pedagogisch Werker 4 (SPW4)

c. Pedagogisch Werker niveau 3

d. Pedagogisch Werker 3 Kinderopvang

e. Pedagogisch Werker niveau 4

f. Pedagogisch Werker 4 Kinderopvang

g. Onderwijsassistent

h. Onderwijsassistent PO/SO (primair onderwijs/speciaal onderwijs)

i. Sociaal-Cultureel Werker (SCW)

j. Sport- en bewegingsleider

k. Sport- en bewegingscoördinator

l. Sport en Bewegen

m. A-Verpleegkundige

n. Activiteitenbegeleiding (AB)

o. Activiteitenbegeleider (AB)

p. Agogisch Werk (AW)

q. akte hoofdleidster kleuteronderwijs

r. akte Kleuterleidster A

s. akte Kleuterleidster B

t. Arbeidstherapie (AT)

u. B-Verpleegkundige

v. Cultureel werk (CW)

w. Extramurale gezondheidszorg (EMGZ)

x. Inrichtingswerk (IW)

y. Kinderbescherming A

z. Kinderbescherming B

aa. Kinderverzorging en Opvoeding

bb. Kinderverzorging/Jeugdverzorging (KV/JV)

cc. Kinderverzorgster (KV)

dd. Kinderverzorgster van de centrale raad voor de kinderuitzending

ee. Kultureel werk (KW)

ff. Leidster Kindercentra van de OVDB

gg. Residentieel Werk (RW)

hh. Sociaal Dienstverlener (SD)

ii. Sociale Arbeid (SA of SA2)

jj. Sociale Dienstverlening (SD, SA of SA1)

kk. Vakopleiding Leidster kindercentra (conform de WEB)

ll. Verdere Scholing in Dienstverband (VSID) richting kinderdagverblijven

mm. Verpleegkunde

nn. Verpleegkundige

oo. Verpleging (VP)

pp. Verzorgende

qq. Verzorgende beroepen (VZ)

rr. Verzorgende Individuele Gezondheidszorg (VIG)

ss. Verzorging (VZ)

tt. Z-Verpleegkundige

Diploma’s op hbo niveau:

a. Leraar basisonderwijs (aan Hogeschool, PABO of IPABO)

b. Pedagogiek (HBO-bachelor)

c. Sociaal Pedagogische Hulpverlening (SPH)

d. Culturele en Maatschappelijke vorming (CMV)

e. Leraar lichamelijke oefening (ALO)

f. Kunstzinnig vormende opleiding op HBO-niveau (docentenrichting binnen

kunstonderwijs of kunstzinnige richting binnen lerarenopleiding)

g. Akte Lager onderwijs zonder hoofdakte (oude kweekschoolopleiding)

h. Applicatiecursus leraar basisonderwijs (als vervolg op en in combinatie met

kleuterakte A/B)

i. Creatieve therapie (waaronder Mikojel)

j. Cultureel Werk (CW)

k. docent Dans

l. docent Drama

m. Educatieve therapie (Mikojel)

n. Inrichtingswerk (IW)

o. Jeugdwelzijnswerk

p. Kunstzinnige therapie

q. Lerarenopleiding Omgangskunde

r. Lerarenopleiding Verzorging/Gezondheidskunde

s. Lerarenopleiding Verzorging/Huishoudkunde

t. Maatschappelijk Werk (MW)

u. Maatschappelijk Werk en Dienstverlening (MWD)

v. NXX (volgens de Wet op het voortgezet onderwijs)

w. Pedagogiek MO-A of kandidaatsexamen Pedagogiek

x. Pedagogische Academie

y. Verpleegkunde